GESCHIEDENIS

1900 – 1945 Voorgeschiedenis

In de 13de eeuw kende Nederland rond de 20 benedictijnse kloosters. Maar tijdens de Beeldenstorm en de daarop volgende Tachtigjarige Oorlog werden alle kloosters verwoest of in beslag genomen. Pas in het begin van de twintigste eeuw keerden benedictijner monniken terug in Nederland.

In 1833 had Dom Gueranger het benedictijner leven hersteld in Solesmes, Frankrijk. Deze monniken werden in 1901 door de Franse overheid verbannen. Een deel van hen belandde uiteindelijk in Oosterhout. In 1907 kwam daar de architectonisch bijzonder mooie Sint Paulusabdij gereed, ontworpen door Dom Bellot. Al snel trok deze abdij vele Nederlandse roepingen. Zoveel, dat het klooster uit zijn jasje groeide.

In 1935 werd daarom de St. Adelbertpriorij te Egmond gesticht. Oosterhout bleef echter nieuwe monniken trekken zodat de abt begon te denken aan een 3de vestiging, in Gelderland. Men had gehoord dat kasteel Slangenburg leeg stond, nadat de Duitse familie Passmann door het Militaire Gezag onteigend was. De monniken kregen toestemming om tijdelijk dit kasteel te bewonen. De monniken uit Egmond keerden terug naar hun klooster aan de kust. Een nieuwe stichting vanuit Oosterhout nam haar plaats in. In oktober 1945 kwamen de eerste 10 monniken uit Oosterhout aan op kasteel Slangenburg. Ze arriveerden met een vrachtwagen, vergezeld van een varken en 2 kippen. Bij aankomst was het eerste ei al gelegd, wat één van de monniken de uitspraak ontlokte dat het ‘een vruchtbare stichting zou worden’.

Overigens is dit niet de laatste stichting geweest van de Sint Paulusabdij te Oosterhout. In 1951 is een 4de Benedictijns klooster gesticht in Vaals.

1945-1954 bouw van de abdij

De Gelderse monniken moesten in hun nieuwe onderkomen enigszins improviseren. Ze onttrokken de wandschilderingen van kasteel Slangenburg met gordijnen en bordpapier aan het oog, om een meer kloosterlijke sfeer te creëren. De grote zaal werd met antieke meubels ingericht als kapel. Maar het werd duidelijk dat een kasteel niet erg geschikt is voor het kloosterleven. Men kreeg de gelegenheid om een deel van het landgoed Slangenburg, langs de Bielheimer beek, te kopen. Op die grond gingen de monniken zelf eigenhandig een klein klooster bouwen, volgens de tekening van architect K.P. Tholens, de vader van de latere abt.

In de jaren van de wederopbouw na 1945 konden de monniken moeilijk aan bouwmateriaal komen. Al het beschikbare bouwmateriaal was gevorderd voor de bouw van burgerwoningen. Pater Van den Biesen sjouwde het land af op zoek naar materiaal. Puin uit Arnhem en Doetinchem werd gebruikt om de toegangsweg te verharden. In 1948 kon begonnen worden met de aanleg van kelders en funderingen. Pater Van den Biesen kon de hand leggen op afgekeurde straatstenen en liet kloostermoppen bakken. Op 30 april 1949 werd de eerste steen gelegd, met als inscriptie: ‘In petra stabilitus non concutior (op de rots gegrondvest sta ik pal) 30 april 1949’. Wie goed kijkt, ziet overal stenen van verschillende grootte in het klooster. Ter versiering zijn grijze stenen van de gebombardeerde kerk van Arnhem gebruikt. Omdat er niet aan hout te komen was, zijn de vloerdelen van de plafonds gemetseld van perfora stenen, versterkt met betonijzer, en daarna op hun plaats getakeld.

Elke middag, van 14.00 tot 17.00 uur, werkten de paters en broeders aan de bouw van hun klooster. De lokale bevolking toonde al snel respect voor de hard werkende monniken. Regelmatig staken ze de helpende hand toe. Ook uit de verdere omgeving kwamen mensen helpen, zoals studenten uit Nijmegen en padvinders. Op zondag 5 oktober 1952, na 4 jaar bouwen, was het zover: de monniken sloten hun kasteelperiode af met het zingen van een Te Deum en trokken naar hun nieuwe klooster. Op 12 oktober consacreerde monseigneur B. Alfrink, de toenmalige coadjutor van de Aartsbisschop van Utrecht, de abdijkerk. Op 5 juni 1954 werd het klooster door de abt van Solesmes tot zelfstandige abdij verheven. Een maand daarna, op 14 juli, werd Dom Tholens tot de eerste abt gewijd. In overleg met de overheid hielden de monniken het kasteel aan als gastenverblijf.

1954-1972 kostwinning, ontwikkelingen

In 1954 ontving pater Kees Tholens de abtszegening. Het bescheiden kloostertje werd een echte abdij. Er kwam ook regelmatig nieuwe aanwas van jonge geïnteresseerden. De stijl van het benedictijnse leven en de liturgie leek nog heel traditioneel. Toch zaten er grote veranderingen aan te komen. De komst van paus Johannes XXIII en de aankondiging van het Concilie in 1959 had ook zijn weerklank in de Sint Willibrordsabdij. De kerk, die nog nauwelijks tien jaar oud was, kreeg in 1962 een radicaal nieuw aanzien: het traditionele koorgestoelte maakte plaats voor eenvoudige open zitbanken. En er kwam een nieuw rond altaar, geplaatst in het koor tussen de koorbanken, zodat er iets van een samen zijn rond de heilige tafel ontstond.

Ook in de communiteit veranderde er van alles. Begin jaren ’60 waren er een dertigtal monniken in huis. Maar de vanzelfsprekendheid van het traditionele monniksleven verdween. Er kwamen weinig nieuwe broeders meer en meerderen namen afscheid van de abdijgemeenschap. Bij een aantal broeders ontstond een sterk verlangen naar vernieuwing van het monastieke leven door een communiteit in de stad te gaan vormen. Een groep besloot in Nijmegen het stadsmonnikendom te gaan uitproberen, hetgeen leidde tot verwijdering met hen die in Slangenburg wilden blijven. Het waren moeilijke jaren voor de gemeenschap. In 1972 besloot dom Tholens af te treden als abt. Hij was geïnteresseerd in de mogelijkheid om het monnikenleven in een interreligieus perspectief te beleven. De dialoog met de oosterse religies boeide hem sterk. Het was een tweede klap voor de gemeenschap die na tien stormachtige jaren opnieuw de balans moest zien te vinden.

Daarvoor waren de economische activiteiten natuurlijk van groot belang. Elk benedictijns klooster moet volgens Sint Benedictus in zijn eigen onderhoud voorzien. Op de grond achter de abdij werd in 1950 begonnen met een gemengd boerenbedrijf. Dit bedrijf groeide uit tot een grote stierenmesterij met uiteindelijk 750 beesten.

Een andere bron van inkomsten was de microfotografie van zeldzame en waardevolle wetenschappelijke werken. De microbibliotheek onder leiding van pater Helwig beschikte uiteindelijk over meer dan 45.000 theologische en aanverwante boeken op microfoto. Het atelier is in 2005 gesloten omdat andere technieken de voortgang onmogelijk maakten.

De kleermakerij van de abdij ontwikkelde zich tot een atelier voor liturgische kleding, aanvankelijk alleen voor de katholieke kerk, later ook voor protestantse gemeentes. In dit atelier hebben de monniken, met name pater Van Heijster, ook kerkelijke kunst ontworpen als wandkleden en kerklampen. Het paramentenatelier werd in 1998 overgedaan aan de Benedictinessen van Oosterhout.

De kunstenaar-broeder Henri Boelaars heeft in opdracht voor en van vele mensen buiten de abdij bronzen borstbeelden gemaakt, met name veel van kinderen. Daarnaast vervaardigde hij religieuze kunst, zoals kerstgroepen, en heiligenbeelden in hout. Van zijn hand komt ook het beeld van de twee monniken die elkaar de vredesgroet geven. Een vergrote versie van dit beeld staat op het voorplein van de abdij. Toen br. Henri ouder werd schreef hij twee boeken over de Middeleeuwse abdis, profetes en componiste Hildegard von Bingen. Ze zijn het resultaat van 60 jaar lang meditatie over haar werk. Deze boeken, de ‘Scivias’ en ‘De draad van Ariadne’ zijn niet meer in de handel.

1972-2006 Leven, sterven en herleven

Na het vertrek van dom Tholens naar de ashram van de benedictijn Bede Griffith in India, ging de kleinere gemeenschap van vijftien broeders verder zonder abt, onder leiding van prior pater Van den Biesen. Zoals we zagen ging de aandacht vooral uit naar de economische versterking van de abdij door middel van de stierenmesterij, het paramentenatelier en de microcopieerinrichting. Meerdere broeders vonden in deze beide laatste activiteiten hun dagelijks werk. Maar er waren er ook die in de parochie Gaanderen hand- en spandiensten verrichten of die veel tijd besteedden aan het spreekkamerpastoraat. Er werden ook heel wat huwelijken gesloten in de abdijkerk en doopsels toegediend. En natuurlijk waren er de gewone monastieke ambachten: de  kleermakerij, de portierstaak, de boekhouding, de gastenontvangst, het kosterswerk.

In 1995 werden de stieren verkocht en werden de stallen verbouwd tot een meditatiecentrum, genaamd ‘Stiltecentrum Betlehem’. Men ontving groepen en legde zich tot op vormen van meditatie die geïnspireerd waren op het Japanse zenboeddhisme. De paters Van Heijster en Helwig gaven leiding aan meditatieweekenden, waarvoor men nu een eigen accommodatie had met een meditatiezolder en een veertiental kamers.

De liturgie verdient aparte vermelding. De dagelijkse vijf officies en de dagelijkse eucharistie vormen het Opus Dei, de kern van het monniksleven. Trouw kwam de communiteit in de kerk samen om het vernieuwde getijdengebed te zingen, op basis van de psalmvertaling van Ida Gerhardt en Marie van der Zeyden, met de Nederlandse liturgische gezangen, beurtzangen, antifonen en hymnen, zoals de abdijen van de Lage Landen die hadden samengesteld en uitgegeven in het Abdijboek. De Sint Willibrordsabdij liet op basis van dat materiaal eigen boeken drukken die gemakkelijker te hanteren waren dan de diverse ringbanden, en die tot op de dag van vandaag gebruikt worden.

Af en toe kwam er een kandidaat die interesse had voor het monastieke leven, maar de meesten van hen bleven niet. De stichters, dat wil zeggen de broeders die als jonge twintigers het klooster hadden gebouwd eind jaren ’40, werden samen ouder. Geleidelijk aan dunde de groep uit. Pater Van den Biesen, die in 1984 tot abt was gekozen, trad in 1998 af en overleed in 2002. Br. Rien van de Heuvel, sinds 1985 abt van de Sint Paulusabdij te Oosterhout, werd abt-administrator, en vanaf 2006 volledig inwonend abt. Kort voor het jaar 2000 had het erop geleken dat de communiteit van de Slangenburg te klein en te oud geworden was en geen toekomst meer had en dat men moest nadenken over opheffing van de gemeenschap. Vanaf het nieuwe millennium meldden zich echter meerdere nieuwe kandidaten en leek er toch weer zicht op nieuw leven te komen.

2006 – 2025 Verbouwingen

In 2006 werd een boekbinderij  ingericht als bijdrage aan de inkomsten van de abdij. Br. Andreas was en is een vakbekwaam boekbinder die uit het hele land opdrachten ontvangt.

In 2015 gaf abt Rien van den Heuvel te kennen dat hij wilde aftreden. Br. Henry Vesseur werd gekozen als zijn opvolger en door kardinaal Eijk tot abt gezegend op 16 november 2015.

In 2015 vond er ook een grootscheepse verbouwing van het abdijgebouw plaats. De cellen van de monniken en de gastenkamers werden vergroot en van eigen douche en toilet voorzien. Ook werden de verwarming en de riolering vernieuwd. De monniken woonden in die periode op het terrein in container-appartementen. Ook werden 220 zonnecollectoren geplaats om in 80% van de eigen behoefte aan elektriciteit te voorzien.

Eind 2018 is begonnen met de verbouwing van wat toen nog Stiltecentrum heette. De vraag naar ruimte voor meditatie en bezinning nam steeds toe en de communiteit besloot te kiezen voor de exploitatie van een retraitecentrum als belangrijkste activiteit van de abdij. De verbouwing maakte het mogelijk om twee groepen van maximaal achttien personen tegelijkertijd te ontvangen. Voor de verwarming van dit retraitecentrum en de abdij werd gekozen voor twee houtkachels waarin houtsnippers gestookt worden die gedeeltelijk uit eigen bos afkomstig zijn.

Bij de keuze voor deze verbouwing ging het om drie kernelementen:

Een vernieuwd besef van onze missie om als monastieke gemeenschap te getuigen van het Evangelie ten dienste van kerk en samenleving door het bieden van retraites voor groepen en het onderdak bieden aan organisaties die dergelijke retraites organiseren.

Een kwalitatieve verbetering van de bestaande gebouwen waardoor ook op de langere termijn het aanbod door de gasten/gebruikers gewaardeerd zou worden.

Een verdienmodel voor het levensonderhoud van de huidige communiteit.

Eind 2020 was de verbouwing gereed en is het onder een nieuwe naam in gebruik genomen: benedictijns retraitecentrum Abdijhoeve Betlehem. Het benedictijns retraitecentrum is nu de belangrijkste bron van inkomsten voor de abdij geworden. Sinds 2022 wordt het geleid door br. Johan te Velde als directeur en sinds begin 2025 ook als coördinator. De vraag naar verdieping en het houden van een retraite is groot. Ieder jaar komen er meer gasten voor bezinning en meditatie. In 2025 werden bijna 4500 overnachtingen geboekt.

In 2025 trad abt Henry Vesseur af. Na een visitatie in mei 2025 benoemde abt preses Ignace Fossas br. Coert Biesjot als prior administrator voor de periode van drie jaar. Voor de gemeenschap betekende deze overgang een heroriëntatie en vernieuwing, door sommigen wel de ‘derde verbouwing’ genoemd.

“Alle gasten die aankomen moeten worden ontvangen als Christus zelf, want Hij zal eens zeggen: Ik kwam als gast en gij hebt Mij opgenomen. Aan ieder wordt de eer bewezen die men hem verschuldigd is. Zodra dus een gast wordt gemeld, gaan de overste en de broeders hem tegemoet met de meest liefdevolle voorkomendheid.”

Benedictus van Nursia (480-547)